Veranderingen CAO VVT 2016-2018 bekend

woensdag 30 november 2016

Met de instemming van de achterban van CNV Zorg & Welzijn, NU’91 en FBZ lijkt de cao voor de VVT (Verpleging, Verzorging en Thuiszorg) definitief vastgesteld. Ook niet-leden blijken massaal in te stemmen met het voorstel. Deze voorziet in een aantal behoorlijke veranderingen. We zetten ze even op een rijtje:

Algemeen: looptijd van 1 april 2016 tot en met 31 maart 2018

Belangrijkste veranderingen:

  1. Afwikkeling ORT-dossier, zowel voor het verleden als in de toekomst)
  2. Structurele salarisverhoging per 1 oktober 2016 van 0,65%
  3. Structurele salarisverhoging per 1 juli 2017 van 1%
  4. 2 maal een eenmalige uitkering (als onderdeel van de ORT-afrekening) van 1,2% van 12x het maandsalaris in December 2016 en februari 2017
  5. Opbouw van de Einde Jaars Uitkering (EJU) naar 8,33% in 2019 (1-1-2017: 7%, 1-12-2017: 7,4%, 1-12-2019: 8,33%) waarbij de grondslag verandert en het moment van uitbetalen wordt vervroegd naar november.
  6. Afschaffing van de levensloopbijdrage per 1-1-2017
  7. Verlof wordt verminderd met 21,6 uur per voltijdsdienstbetrekking per jaar maar daarnaast ontstaat ruimte voor bijzonder verlof bij overlijden, huwelijk etc.

De bonden stellen hiermee een zeer gunstig akkoord te hebben onderhandeld voor de werknemers. De brancheorganisatie ACTIZ toont haar leden dat dit akkoord budgetneutraal is en gebruikt daarbij de volgende argumenten:

  1. De OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidsontwikkeling) is voor 2016 vastgesteld op 1,5% en bedraagt in de eerste raming van het CBP voor 2017 1,6%. Voor 2018 rekent Actiz deze laatste ontwikkeling voor 3 maanden mee in de cao (0,4%).
  2. Afbouw verlof 21,6 uur (netto 14,4) met looneffect van 0,88%
  3. Afbouw bijdrage levensloopregeling (0,33%)

Met deze 3 componenten meent Actiz de cao volledig budgetneutraal te financieren. Maar daarbij is een aantal aannames gehanteerd dat erg ambitieus en mogelijk onrealistisch is:

  1. De levensloopregeling kost werkgevers wellicht op macro economisch niveau maar is per instelling wisselend en kan daarbij een negatief effect hebben op de loonkosten ontwikkeling.
  2. De afbouw van verlof dagen wordt volledig omgerekend naar productiviteitswinst (weliswaar vertaald van bruto naar netto). Hierbij wordt geen rekening gehouden met de impact op (loonkosten van) indirect personeel, hetgeen doorgaans tussen 5% en 15% van de formatie uitmaakt. En daarnaast is de vraag of elke zorginstelling voldoende in staat is om deze individuele toename van productieve uren voor 100% om te zetten in FTE-reductie. 

(Nabetaling) ORT over genoten verlofdagen

Het hing al geruime tijd in de lucht en de uitkomst leek daarmee al onvermijdelijk: de nabetaling van ORT over genoten verlofdagen over de periode 2012-2016 en het structureel inbedden van ORT over verlofdagen in de cao. In het onderhandelingsakkoord zijn de volgende afspraken gemaakt:

Over het heden

Met ingang van 1 januari 2017 wordt ORT ook uitbetaald over zowel de wettelijke als de bovenwettelijke verlofuren. Het uit te betalen ORT-percentage wordt berekend over de afgelopen 6 maanden voorafgaand aan de opname van het verlof. Zorginstellingen en leveranciers van salarisadministraties zijn momenteel druk in de weer om een praktische en procesmatige oplossing te vinden om ORT over het genoten verlof efficiënt te berekenen. Hierbij bestaan ook creatieve mogelijkheden waarbij achteraf per (half)jaar of per kwartaal afgerekend wordt. Let hierbij wel op de wettelijke plicht om loon binnen de daartoe verplichte termijn te betalen. Achteraf na een jaar is mogelijk te laat. Het werken met permanente voorschotten kan dan tot de mogelijkheid behoren.

Over het verleden

De werknemer, die in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016 ORT geniet of heeft genoten, krijgt van de werkgever een individuele vaststellingsovereenkomst aangeboden  waarin met de werknemer een afkoopsom wordt overeengekomen, als schikking ter compensatie van mogelijk ten onrechte niet uitgekeerde ORT over de periode 1 januari 2012 tot 1 januari 2017. De werknemer die deze individuele vaststellingsovereenkomst ondertekent, ziet af van verdere loonvorderingen in dit verband. De schikking ter compensatie van niet uitgekeerde ORT bestaat uit 2 delen:

  1. een uitkering ter compensatie van mogelijk gemiste ORT over het wettelijk verlof (144 uur bij een voltijdsbaan) berekend door uit te gaan van de gemiddelde ORT over de gewerkte uren gemeten over het kalenderjaar 2015 en
  2. twee eenmalige uitkeringen (1,2% in december 2016 en 1,2% in februari 2017) ter compensatie van mogelijk gemiste ORT over het bovenwettelijk verlof en wettelijke rente. De werknemer die geen gebruik maakt van het aanbod van de vaststellingsovereenkomst met de werkgever heeft geen recht op deze eenmalige uitkeringen. Maar aangezien betaling waarschijnlijk al eerder heeft plaatsgevonden dan de veststellingsovereenkomst wordt geweigerd, zal het reeds uitgekeerde bedrag verrekend moeten worden. Een goede communicatie voorafgaand bij uitbetaling in december 2016 en februari 2017 is daarom gewenst. 

Vanuit de brancheorganisatie zal op korte termijn een template vaststellingsovereenkomst worden verstrekt.

andere interessante artikelen

Gedegen branchekennis in nieuwe werkelijkheid

vrijdag 1 december 2017

Gedegen branchekennis van de bouw- en vastgoedsector

woensdag 1 november 2017

Brede kennis van de voedingsmiddelensector

maandag 2 oktober 2017

Carrière

Wegens continue groei zoeken wij in heel Nederland professionals die ons team willen komen versterken.

Actueel

Het is bijna 25 mei 2018, bent u intern al klaar voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming?

gepubliceerd op 29 maart 2018

Onze trots

Iedere dag werken wij keihard aan klanttevredenheid en kwalitatieve- en persoonlijke groei.

Den Bosch

  • Reitscheweg 45
  • 5232 BX 's-Hertogenbosch

Rotterdam

  • Maasstraat 9-11 (The Maze)
  • 3016 DB Rotterdam

Maastricht

  • Australiëlaan 9
  • 6199 AA Maastricht-Airport