Woco's en OOB: Een interview met Martijn Lomme over het verhaal van het kanon en de mug

zondag 26 augustus 2018

Interview met Martijn Lomme, specialist woningbouwcorporaties bij Q-Concepts:

In mijn serie over het beroep van accountant heb ik ditmaal een interview met Martijn Lomme. Martijn is een Q-er van het eerste uur en met 15 jaar werkervaring in de woco-sector mag hij met recht een specialist Woningbouwcorporaties genoemd worden. Hij heeft een uitgesproken visie op de sector en de diverse ontwikkelingen daarin. Denk daarbij aan digitalisering en de controle systematiek. Centraal in het interview staat de vraag: Is de OOB-status voor kleinere corporaties terecht? Martijn zelf noemt het ‘het verhaal van het kanon de mug’:

Martijn Lomme: “In de afgelopen jaren zijn er verschillende wijzigingen geweest in de wet- en regelgeving in de corporatiesector. Deze wijzigingen zijn deels ingegeven door Europese regelgeving, en deels op basis van de uitkomsten van de parlementaire enquête als gevolg van geconstateerde misstanden in de sector. Een van de aanbevelingen uit de parlementaire enquête is het aanmerken van woningcorporaties als organisaties van openbaar belang (OOB). De uitvoering van deze aanbeveling heeft nog niet plaats gevonden. In 2017 is in de 2e kamer een motie aangenomen om woningcorporaties met minder dan 2.500 eenheden niet als OOB aan te merken. Hiermee wil men de kleinere corporaties vrijwaren van de extra administratieve lasten en beperkte keuzemogelijkheden op het gebied van accountantscontrole. Ik hoop en verwacht dat dit het begin is van het verder optrekken van de OOB-grens bij woningcorporaties.”

Wat is een OOB-onderneming?:

Martijn Lomme: “In de wet is een OOB omschreven als een onderneming die op basis van omvang of functie dermate belangrijk is dat een onjuiste accountantsverklaring leidt tot een gebrek aan  vertrouwen in de onderneming en de accountant. Op dit moment zijn bijvoorbeeld beursgenoteerde ondernemingen, banken, verzekeraars en centrale kredietinstellingen aangemerkt als OOB. Het aanmerken van woningcorporaties als OOB zorgt volgens de parlementaire enquêtecommissie tot een kwalitatief sterkere jaarrekeningcontrole door de accountant, dit omdat OOB-ondernemingen onder een zwaarder controleregime vallen.

Het is ook wel voor te stellen dat een ondeugdelijk uitgevoerde wettelijke controle bij een bank zou kunnen leiden tot maatschappelijke onrust in Nederland en een inbreuk zou doen op het accountantsberoep. Maar geldt dit ook voor de meeste corporaties? Even voor het beeld: een corporatie van 2.500 eenheden heeft indicatief 25 FTE, € 300 mln.  aan vastgoed en € 200mln. aan leningen. Het gaat weliswaar om maatschappelijk geld, maar heeft het voor de markt en de beroepsgroep van accountants nu werkelijk een vergelijkbare impact als wanneer er bij zeg een Shell, Unilever of de Rabobank iets mis zou gaan? Gaat dit niet veel te ver?”

Wat betekent de OOB-plicht voor woningcorporaties?

Martijn: “De invoering van de OOB-plicht heeft een aantal gevolgen voor woningcorporaties, waaronder een verhoging van de administratieve lasten. Deze wordt mede veroorzaakt door verwachte stijgende kosten van de accountant en beperkt bovendien de keuzevrijheid van de corporaties. Een OOB-opdracht vereist van de kant van de accountant meer werkzaamheden in haar dossiers. Zo is onder meer een onafhankelijke interne kwaliteitsbeoordelingen op dossiers verplicht en zullen interne richtlijnen bij accountantskantoren strak gehandhaafd worden in het geval van een OOB-controle. Het is, buiten de verplichte extra maatregelen, nu eenmaal moelijker de neiging ‘het zekere voor het onzekere’ te onderdrukken bij keuzes in uit te voeren werkzaamheden. De route voor pragmatisch maar verantwoord (en kwalitatief en vaktechnisch goed) zal minder snel gekozen  worden, dan wanneer er geen OOB regime aan de orde is.

De aanvullende werkzaamheden kunnen daarnaast ook een negatieve invloed op de doorlooptijd van de werkzaamheden hebben, omdat de kwaliteitsbeoordeling bij het accountantskantoor pas na de controlewerkzaamheden plaatsvindt. Dit leidt niet noodzakelijkerwijs tot een verhoging van de controlekwaliteit, maar heeft wel een effect op de controleprijs. Alle accountantskantoren die wettelijke controles verrichten hebben een controlevergunning welke door de beroepsgroep getoetst wordt. Je mag er daarom vanuit gaan dat een accountant altijd kwalitatief goed werk levert, ongeacht het regime. Mocht dat niet zo zijn dan is dát hetgeen dat aangepakt moet worden en niet het regime waaronder de corporatie valt.”

Wat betekent dit voor ons als accountantskantoor?

Martijn: “Voor het verrichten van een OOB-controle is een zwaardere vergunning noodzakelijk. Er zijn op dit moment slechts 9 accountantskantoren die over deze vergunning beschikken. Hierdoor wordt het aanbod voor veel corporaties in de toekomst beperkt. Daarnaast zijn er verschillende grotere kantoren die vanuit hun strategische keuzes geen focus meer hebben op kleinere corporaties. Tel daarbij op het feit dat verantwoordingsdeadlines verschoven gaan worden van 1 juli naar 1 mei en dan is de impact compleet.

Het effect van de wet op de schaarste op prijsvorming is algemeen bekend. Daarnaast stellen wij ons hardop de vraag of het überhaupt mogelijk is om alle corporaties tijdig te bedienen. Er zijn simpelweg alleen al te weinig accountants die over het noodzakelijke specialisme beschikken. Het onder een OOB regime vallen levert voor de corporatie zelf niets op. Het zou daarom wat ons betreft een goed idee zijn om nog een keer naar de basis terug te gaan en na te denken over bij welke omvang een OOB regime maatschappelijk gezien echt toegevoegde waarde biedt.”

Is een woningcorporatie een OOB-onderneming?

Martijn: “Om hierop antwoord te kunnen geven moeten we kijken naar de maatschappelijke relevantie van op zichzelf staande corporaties, waarbij we rekening houden met lessen uit het verleden. Ten tijde van de crisis was Vestia de grootste woningcorporatie van Nederland met bijna 90.000 woningen. Gezien de omvang en de maatschappelijke kosten van falend beleid lijkt het oormerken als OOB in een dergelijk geval gerechtvaardigd. De meeste corporaties in Nederland hebben echter minder dan 10.000 woningen. Op basis van de cijfers van 2016 hebben 69 van de in totaal 339 woningcorporaties 10.000 woningen of meer. Hiervan zijn er 19 met meer dan 25.000 woningen. Bijna 60% van alle corporaties heeft minder dan 5000 eenheden. Veruit de meeste corporaties zijn in omvang dus totaal niet vergelijkbaar met zeg een Vestia.

Mijn inschatting is dat er bij een organisatieomvang tot 10.000 eenheden in ieder geval geen sprake zal zijn van een ernstige invloed bij onverhoopte misstanden. Wij sluiten ons dan ook aan bij de visie van Aedes dat de grens op z’n minst opgetrokken moet worden naar 10.000 woningen. De corporaties onder deze grens zijn in omvang van personeel en dergelijke totaal niet vergelijkbaar met banken of beursgenoteerde ondernemingen.

Bij pensioenfondsen is de grens bijvoorbeeld gesteld op een vermogen van € 10 miljard en dit zijn dan ondernemingen met meer dan 200 werknemers.  Terwijl corporaties per duizend woningen ca. 10 FTE in dienst hebben en een vastgoedwaarde hebben van ca. 100.000 per woning. Voor een corporatie met 10.000 woningen zal dat dus ongeveer 100 FTE en € 1 miljard zijn. Bij een Loan to value-waarde van 75% (maximaal) gaat het dan om een leningportefeuille van indicatief 750 mln. Zelfs bij 10.000 eenheden zit je dan ten opzichte van andere grenzen voor een OOB-regime nog aan de -zeer- voorzichtige kant.

Een grens van 2.500 eenheden is, hoewel al beter dan de eerder grens waarover gesproken werd van 1.500 eenheden in onze ogen nog steeds ‘schieten met een kanon op een mug’. De discussie met betrekking tot de OOB-grens loopt volop en ik hoop en verwacht dat deze grens op basis van de lopende discussie zal worden bijgesteld naar een acceptabel niveau. Dit zou een stap in de goede richting zijn om over te gaan van extra regels naar relevantere regels in de sector.”

other interesting articles

Gedegen branchekennis in nieuwe werkelijkheid

vrijdag 1 december 2017

Gedegen branchekennis van de bouw- en vastgoedsector

woensdag 1 november 2017

Brede kennis van de voedingsmiddelensector

maandag 2 oktober 2017

Carrière

Wegens continue groei zoeken wij in heel Nederland professionals die ons team willen komen versterken.

Actueel

Interview Tim Kolen, specialist Verenigingen & Stichtingen bij Q-Concepts

gepubliceerd op 10 december 2018

Onze trots

Iedere dag werken wij keihard aan klanttevredenheid en kwalitatieve- en persoonlijke groei.

Den Bosch

  • Reitscheweg 45
  • 5232 BX 's-Hertogenbosch

Rotterdam

  • Rivium Boulevard 224
  • 2908 LH Capelle aan den IJssel

Maastricht

  • Australiëlaan 9
  • 6199 AA Maastricht-Airport